Koptelefoonuitgang
Ook wel: hoofdtelefoonuitgang, headphone output, 6,35 mm jack, 3,5 mm jack, koptelefoonaansluiting
Een koptelefoonuitgang laat je rechtstreeks via het apparaat met een bedrade koptelefoon luisteren. Hoe goed die uitgang is, hangt af van het vermogen en de uitgangsimpedantie, niet alleen van de aanwezigheid.
Veel versterkers, DAC's en streamers hebben een koptelefoonuitgang. Meestal is dat een grote 6,35 mm-jack, soms een kleine 3,5 mm-jack of allebei. Een verloopstekker tussen die twee is gewoon bruikbaar. Steek je een koptelefoon in, dan schakelen de luidsprekers bij veel versterkers automatisch uit.
In de vergelijkingstabel zie je alleen óf er een uitgang is. Hoe goed hij is, verschilt sterk:
- Sommige uitgangen hebben een eigen, degelijke koptelefoonversterker die ook lastige koptelefoons aankan.
- Andere zijn eenvoudiger opgezet. Soms wordt het signaal via weerstanden van de luidsprekeruitgang afgeleid. Dat geeft in de regel een hoge uitgangsimpedantie, wat bij sommige koptelefoons de klankbalans hoorbaar kan veranderen.
Voor gangbare koptelefoons met een lage impedantie en hoge gevoeligheid is vrijwel elke uitgang voldoende. Heb je een koptelefoon met hoge impedantie of een planar-magnetische koptelefoon met lage gevoeligheid, dan loont het om te kijken naar het opgegeven vermogen en de uitgangsimpedantie, of naar een aparte koptelefoonversterker.
Een gebalanceerde koptelefoonuitgang (4,4 mm of 4-pins XLR) is een extra variant; zie daarvoor het begrip over gebalanceerde verbindingen.
Waar let je op?
- Controleer of het vermogen bij de impedantie van je koptelefoon wordt opgegeven.
- Een lage uitgangsimpedantie is vooral belangrijk bij in-ears met meerdere drivers.
- Voor veeleisende koptelefoons is een aparte koptelefoonversterker vaak een betere keuze.
Bijgewerkt 27 oktober 2026